![]() |
![]() |
||||
|
Antwoorden op kamervragen over de integriteit van ambtenaren Datum: 03/04/2007 - Bron: MinBZK Antwoorden op kamervragen van het lid Van Raak (SP) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de integriteit van ambtenaren. 1. Vraag 1 en 6. Antwoord Bij de beantwoording van deze en de navolgende vragen is het goed de verantwoordelijkheidsverdeling voor integriteit in de openbare sector helder voor ogen te houden. Als Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) ben ik coördinerend bewindspersoon voor het integriteitsbeleid binnen de openbare sector. Dit betekent dat ik, in samenwerking met de andere overheidsorganen, bevorder dat de overheden beschikken over een volledig en effectief integriteitsbeleid. Dat krijgt zijn beslag door wetgeving maar ook door het aanbieden van instrumenten en handreikingen. Overheden zijn echter zelf verantwoordelijk voor vormgeving, uitvoering en handhaving van hun integriteitbeleid op lokaal niveau. Bij deze rolverdeling past niet een inmenging mijnerzijds in individuele kwesties. Dat is een zaak van de desbetreffende organisaties en hun controlerende organen. 2. Vraag 2. Antwoord Bij een ordentelijk integriteitsbeleid hoort dat er zorgvuldig onderzoek kan worden gedaan naar vermeende integriteitsschendingen. Indien overheden daarvoor een organisatorische eenheid hebben ingericht, is dat een goede zaak en kan dat als voorbeeld dienen voor andere overheden die overwegen - en qua middelen in staat zijn - eenzelfde voorziening te treffen. 3. Vraag 3 en 5. Antwoord Een beroepsinstantie is eerst aan de orde als de gemeente op basis van de resultaten van dat onderzoek een besluit heeft genomen. Tegen dat besluit kan de betrokkene – na het volgen van een bezwaarprocedure – beroep instellen bij de bestuursrechter. In het kader van de behandeling van dat beroep kan ook het onderzoek, dat aan het besluit ten grondslag ligt, door de rechter worden getoetst. Als er geen bestuursrechtelijk besluit wordt genomen, staat de weg van de democratische controle open. 4. Vraag 4. Antwoord Dat laat overigens onverlet dat er zich in de openbare sector situaties van een bepaalde omvang kunnen voordoen die mij aanleiding geven tot een nieuw of bijgesteld instrument. Op basis van het artikel in Binnenlands Bestuur kom ik echter niet tot een dergelijke conclusie. 5. Vraag 6. Vraag 1) De nieuwjaarstoespraak 2004 van de burgemeester van Nijmegen; zie
bijvoorbeeld AD, 28 februari 2004.
|
|
||||