![]() |
![]() |
||||
|
Debat: Wat bezielt de ambtenaar? Motivatie en bezieling zoeken ambtenaren vooral in de inhoud van hun werk. Zij willen de publieke zaak en het publiek belang graag dienen met inzet van hun professionaliteit. ‘Waarom wordt iemand ambtenaar?’ vraagt dagvoorzitter Peter Gortzak zich af. Gortzak, in het dagelijks leven vice-voorzitter van werknemersorganisatie FNV, vervolgt: ‘wat is er zo leuk aan lesgeven in een achterstandswijk, stenen opvangen bij een voetbalstadion of onbenullige kamervragen beantwoorden – bijvoorbeeld de vraag of het ambtenarenkorps niet gehalveerd kan worden? Wat motiveert deze mensen?’ Ien Dales LeerstoelWat bezielt de ambtenaar? Deze vraag staat centraal in het gelijknamige debat dat de Stichting Ien Dales Leerstoel op 22 november organiseerde. De Ien Dales Leerstoel, gevestigd aan de Universiteit van Amsterdam, doet onderzoek naar ‘de overheid als arbeidsorganisatie. Naast een wetenschappelijke functie vervult de leerstoel een platformfunctie door regelmatig debatten te organiseren over onderwerpen die samenhangen met de kwaliteit van het openbaar bestuur. De Stichting wordt financieel ondersteund door het pensioenfonds ABP, inkomensverzekeraar Loyalis en het CAOP. Het CAOP verzorgt ook het secretariaat van de leerstoel. Aan het debat ‘Wat bezielt de ambtenaar?’ wordt deelgenomen door vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers in de publieke sector, HRM-medewerkers, wetenschappers en ambtenaren. Het publieke belangDe eerste spreker is Koos Roest, strategisch beleidsadviseur
internationale relaties van het ministerie van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties. Roest begint met een begripsomschrijving van ‘motivatie voor de
publieke sector’. Een definitie van de bij de Universiteit van
Leuven werkzame politicoloog Wouter Vandenabeele luidt: ‘Het geloof,
de waarden en de attitudes, die het eigenbelang of het organisatiebelang
te boven gaan, die het belang van een grotere politieke eenheid betreffen,
en die, door publieke interactie, leiden tot een motivatie van doelgerichte
actie.’ Bij deze definitie sluit Roest zich aan. Motivational valuesDe Nederlandse overheid is, internationaal gezien, van hoge kwaliteit. Voor het rekruteren en behouden van kwalitatief goede mensen is het belangrijk om te weten welke ‘motivational values’ meespelen en in hoeverre werk aan deze ‘values’ voldoet. ‘Motivational values x job experience’ leidt tot ‘job satisfaction’, houdt Roest zijn gehoor voor. En ‘job satisfaction’ leidt weer tot werkmotivatie en tot ‘performance’. Uit onderzoek naar deze ‘motivational values’ blijkt dat de waarden die mensen belangrijk vinden in hun baan bijvoorbeeld zijn: het doen van maatschappelijk nuttig werk, de zekerheid van werk, een goed inkomen, een interessante baan, goede perspectieven op vooruitgang en autonomie. VerwachtingenOp de gebieden ‘werkzekerheid’, ‘interessante baan’, ‘promotiekansen’ en ‘goed inkomen’ is er weinig verschil tussen de publieke en de private sector, waarbij opvalt dat ook in het bedrijfsleven het daadwerkelijke inkomen achterblijft bij de verwachtingen. Verschillen zitten in de aspecten ‘autonomie’ en ‘maatschappelijk nuttig werk’. Ambtenaren verwachten en zien meer maatschappelijk nut van hun inspanningen dan werknemers in het bedrijfsleven. Ze verwachten minder autonoom te kunnen zijn, en dat is ook zo. Dat is overigens logisch, zegt Roest. Het houdt verband met de noodzakelijke transparantie, eerlijkheid en redelijkheid van overheidsinstanties. TrotsRoest eindigt zijn inleiding met het formuleren van drie stellingen. In de in september verschenen ‘Nota vernieuwing Rijksdienst’ luidt de eerste zin: ‘De regering is trots op haar ambtenaren.’ Deze zin verschijnt als stelling 1, met als toevoeging: ‘En terecht. En nu de ambtenaren zelf nog. En als het kan de samenleving.’ Stelling 2 luidt: ‘Niet het aantal ambtenaren of het managementmodel maar de kwaliteit van de ambtenaren en van de overheidsorganisatie is medebepalend voor de tevredenheid over de publieke sector (en het geluk van de bevolking).’ De derde stelling stelt: ‘In het wervingsbeleid moet de overheid nadruk leggen op waar zij sterk in is (“intrinsieke motieven”)’. DebatDeze stellingen dienen als aanknopingspunt voor de vraaggesprekken en
discussies die het tweede deel van de middag in beslag nemen. Onder leiding
van Mark Frequin, directeur-generaal Energie en Telecom van het ministerie
van Economische Zaken gaat een panel van drie bij universiteiten werkzame
bestuurskundigen, de secretaris van de Algemene Rekenkamer en een ambtenaar
van het ministerie van Binnenlandse Zaken met elkaar en met de zaal in
debat. Minder ambtenarenDe Leuvense wetenschapper Wouter Vandenabeele vertelt dat ook in België ambtenaren niet trots zijn op hun werk. Professor Bram Steijn van de Erasmus Universiteit zegt dat het nodig is om de trots op ambtenaren te bevorderen. Stelling 1, ‘de regering is trots op haar ambtenaren’, is wat Steijn betreft een doekje voor het bloeden. Dezelfde regering heeft immers eerst bekend gemaakt het aantal ambtenaren flink te zullen verminderen. ‘Begin jaren tachtig kwam er al kritiek op de ambtenaren om bezuinigingen te rechtvaardigen’, voegt Frits van der Meer, Universiteit Leiden, toe. Cees Maas, Directeur Arbeidszaken Openbare Sector van het Ministerie van BZK, merkt op dat er bij het vraagstuk van motivatie ook gekeken moet worden naar de arbeidsmarkt. De publieke zaak leeft niet alleen bij ambtenaren, zegt Maurits de Brauw, secretaris van de Algemene Rekenkamer. Ook Shell-medewerkers zien een publiek belang, namelijk in olie. Welke factoren‘Wat zijn de factoren die bepalend zijn voor motivatie?’ vraagt gespreksleider Frequin. Volgens Steijn kijken mensen niet naar maar één ding. ‘Het is én-én. Ik ben nu toevallig ambtenaar, maar ik ben geïnteresseerd in onderwijs en onderzoek.’ Ook Van der Meer is primair in de inhoud van zijn werk geïnteresseerd. ‘Het salaris moet wel redelijk zijn, maar het argument om te blijven is inhoudelijk: de universiteit heeft een belangrijke taak bij het opleiden van mensen.’ De Brauw wil zich verbonden kunnen voelen met het werk dat hij doet. ‘Bij de Algemene Rekenkamer werken zeer bevlogen mensen, het werk wordt gevoeld als zeer belangrijk.’ RuimteTussen het panel en de zaal ontspint zich een debat
over de vraag hoeveel professionele ruimte een ambtenaar heeft in zijn
werk. Volgens sommigen is er zeker ruimte om op het beleid invloed
uit te oefenen. Anderen hebben de ervaring dat ambtenaren vooral met
elkaar en met de hiërarchie
bezig zijn, en dat de ministeries elkaar soms lijken tegen te werken.
Van der Meer vindt dat niet onlogisch: ‘Een departement is georganiseerd
vanuit een bepaald perspectief. Natuurlijk hebben die een specifiek belang.’ Maas
merkt op dat er verschil is tussen uitvoerende ambtenaren en beleidsambtenaren.
Uitvoerende ambtenaren hebben minder vrijheid van handelen. Vandenabeeele
vult aan dat de reden van uitstroom van de overheid naar non-profitorganisaties
vaak is dat mensen hun professionaliteit niet kwijt kunnen. OntplooiingDe Brauw werpt de vraag op in hoeverre de gevoelde
grenzen bij de persoon zelf liggen. ‘Grenzen liggen waar je ze stelt. Je moet de bezieling
bij jezelf zoeken.’ Roest antwoordt dat er bij de overheid veel
ontplooiingskansen zijn. ‘Je kunt cursussen doen, je kunt je laten
detacheren. Pak die kans!’
Maas maakt daarop onderscheid tussen twee soorten ruimte. ‘Ontplooiingsmogelijkheid
is er wel bij de overheid. Maar professionele ruimte om je werk te doen
zoals je zelf vindt dat het moet is er te weinig. Vooral de uitvoerende
rol is dichtgetimmerd. Dat komt omdat er angst heerst voor incidenten.’ BeroepseerHet derde deel van de middag is gereserveerd voor reflectie. Edgar Karssing van de Nyenrode Business Universiteit stelt vast dat ‘beroepseer’ een belangrijk element lijkt te zijn bij de motivatie van de ambtenaar. Maar beroepseer is eigenlijk egobevrediging. De vraag is of dat erg is. Egobevrediging is niet hetzelfde als egoïsme, betoogt Karssing. Het gaat erom dat mensen kunnen doen wat ze belangrijk vinden. Egoïsten doen alleen waar ze zelf belang bij hebben, en dat is wat anders. Zijn conclusie luidt dan ook dat egobevrediging en het dienen van het publiek belang elkaar niet uitsluiten. LoftuitingenKarssing wil materiële erkenning verruilen voor sociale erkenning. ‘Ik
pleit voor loftuitingen, oorkondes, medailles, awards, bekroningen, citatiescores.
Het gaat om de beste, meeste verdienstelijke, niet om de rijkste. Het
gaat om een kwaliteitsbeoordeling.’ De Ien Dales Award en de ‘Ambtenaar
van het jaar’
zijn dan ook goede initiatieven. Motivatie voedenHet laatste woord van de middag is voor professor Ron Niessen, bijzonder hoogleraar van de Ien Dales Leerstoel. Motivatie voor werken bij de overheid komt samengebald neer op twee elementen: toegewijd zijn aan de publieke zaak en geïnteresseerd zijn in de inhoud. De vraag is daarom hoe de motivatie om ambtenaar te willen zijn gevoed kan worden. Grimmig gezichtNiet demotiveren is daarbij een belangrijke voorwaarde. ‘Hakken op ambtenaren is een nationale sport. Ook politici geven zich daaraan over, geheel in strijd met de norm van het goed werkgeverschap.’ Ten tweede moet er een eind komen aan het streven de rechtspositie van de ambtenaar gelijk te trekken met het bedrijfsleven. Niessen vertelt hoe bij een uitzending van Pauw en Witteman een ondernemer onbekommerd aangaf wel graag van zijn oudere, duurdere werknemers af te willen. ‘Het was een vriendelijke man, maar het kapitalisme vertoonde zijn grimmige gezicht.’ Een ander argument om de rechtspositie van ambtenaren te handhaven, is dat ambtenaren zich vrij moeten blijven voelen om superieuren tegen te spreken. ‘Anders kan je ontslagen worden op basis van politieke willekeur.’ Waardering en aanzienMotivatie kan worden bevorderd door het tonen van waardering, bijvoorbeeld door ambtenaren vertrouwen te geven en specialismen te respecteren.’ Weg met de verplichte mobiliteit en de directeurencarrousel.’ Daarbij moet wel worden aangetekend dat een democratische, rechtsstatelijke overheid nooit zo efficiënt kan zijn als het bedrijfsleven. Ten slotte roept Niessen minister Ter Horst op werk te maken van de stelling dat de regering trots is op zijn ambtenaren. ‘Zij moet uitdragen dat de ambtenaar aanzien heeft. Zij moet de burgers laten zien hoe hard ambtenaren werken.’
Tekst: Susan de Boer, Den Haag
|
|
||||