Gemeenten moeten aan de slag met
integriteit
Datum: 11/03/2008
Auteur: Richard Sandee
Bron: Staatscourant 6 maart 2008
Hoe waarborgen we de integriteit van gemeenteraadsleden
in Nederland? Die vraag moet volgens Hans van den Heuvel, hoogleraar
Beleidswetenschap aan de VU, nodig worden gesteld naar aanleiding van
zijn onderzoek onder Amsterdamse deelraadsleden.
Structurele aandacht voor integriteit ontbreekt
Van den Heuvel hield samen met studenten een enquête
onder de deelraadsleden
in de hoofdstad. Van de 322 reageerden er 143 en de uitkomsten tonen
aan dat deze lokale politici
allesbehalve onkreukbaar zijn. Is Amsterdam, waarvan eerder het stadsdeel
Zuidoost al in opspraak
raakte, een uitzondering? Van den Heuvel denkt van niet en vindt dat
het onderwerp integriteit bij elke gemeenteraad op de agenda moet. Hij
bepleit een grootschalig offensief waaraan alle betrokkenen – van
minister tot griffier – een bijdrage moeten leveren.
Een kwart van de geënquêteerde deelraadsleden
maakt zich schuldig aan belangenverstrengeling of wekt de schijn daarvan,
blijkt uit uw onderzoek. Bent u geschrokken?
Het is nogal wat, ja. De resultaten geven in ieder geval stof tot nadenken.
Wij hebben in de eerste plaats vastgesteld dat deelraadsleden niet altijd
hun nevenfuncties correct opgeven. Dat zijn ze wettelijk wel verplicht,
en het gaat dan om alles wat ze naast het raadslidmaatschap doen, dus
ook hun reguliere baan. Daarnaast zijn er meerdere gevallen van belangenverstrengeling
boven tafel gekomen. Of eigenlijk is het beter te spreken van ‘verbonden
belangen’. Het gaat om betrokkenheid van deelraadsleden bij zaken
waarmee een privébelang gemoeid is. Dat weegt niet zo zwaar als
bijvoorbeeld corruptie. Maar het is wel in strijd met de Gemeentewet
en moet aanleiding geven tot maatregelen. In nog een aantal gevallen
ontdekten we de schijn van verbonden belangen. Dat is niet verboden maar
zou ook vermeden moeten worden.
Is het denkbaar dat de situatie in werkelijkheid
nog ernstiger is dan uit het onderzoek blijkt? Enquêtes leveren
immers niet altijd waarheidsgetrouwe antwoorden op en de respons vanuit
een stadsdeel als Zuidoost bedraagt nog geen 25%.
Er is natuurlijk altijd een zeker risico van sociaalwenselijke antwoorden
in enquêtes. Dat minimaliseer je wel door de respondenten anoniem
te laten blijven, zoals in dit onderzoek. Op die manier probeerden we
ook een zo hoog mogelijke respons te halen. Dat is tevens de reden waarom
we niet hebben gevraagd naar de politieke partij waartoe de deelnemers
behoren.
Een respons van ruim 44% over de hele linie is niet slecht, maar het
beeld is inderdaad erg verdeeld over de stadsdelen. Dat uitgerekend het
stadsdeel Zuidoost zo beperkt heeft meegewerkt, geeft wel te denken.
Het is niet zo dat we één briefje met een verzoek om medewerking
hebben gestuurd,
ze zijn bestookt met e-mails, telefoontjes aan de griffier en zelfs persoonlijke
bezoeken van de studenten.
De vraag is natuurlijk waarom iemand niet zou willen meewerken. Wat is
er tenslotte mooier dan je eigen onkreukbaarheid aantonen? Mogelijk is
het dus nog erger dan nu blijkt, maar wetenschappelijk valt daar niets
over te zeggen. De resultaten kunnen zelfs niet worden geëxtrapoleerd,
want het gaat om fout gedrag in individuele gevallen. Zulke gegevens
zijn statistisch niet veralgemeniseerbaar.
Mogelijk is er dus ook sprake van een specifiek Amsterdams probleem.
Er is wel eerder gesuggereerd dat de bestuurlijke structuur van de relatief
kleine stadsdelen vriendjespolitiek en dergelijke in de hand werkt.
Het lijkt mij sterk dat dit probleem zich alleen hier zou voordoen. De
noodzakelijke, structurele aandacht voor integriteit ontbreekt namelijk
vaak ook in andere plaatsen. Incidenteel wordt er een punt van gemaakt
als een raadslid in opspraak komt, maar veel verder gaat het niet. Dat
de risico’s groter zijn naarmate de achterban kleiner is, geloof
ik ook niet. Bovendien vertegenwoordigen de stadsdeelraden hier al gauw
60.000 mensen. Zo kleinschalig is het dus niet. Er zijn genoeg gemeenten
met minder of ongeveer evenveel inwoners.
Harde uitspraken over de rest van Nederland zijn weliswaar niet mogelijk
op basis van dit onderzoek, maar ik denk wel dat we met een dieperliggend
probleem te maken hebben. Er moet dus iets aan gedaan worden. Gemeenten
moeten hiermee aan de slag.
Aan wat voor maatregelen denkt u?
Vooropgesteld: er is niemand de baas in dit soort zaken. Er is geen autoriteit
die het gedrag van individuele raadsleden beoordeelt. Wel gelden er
regels, maar die worden dus niet altijd nageleefd. Wie controleert
raadsleden dan? Daar ligt mijns inziens in ieder geval een taak voor
elke deelraad en gemeenteraad. Die moeten eens goed nagaan welke verbonden
belangen er zijn en volledige
openheid over nevenfuncties bewerkstelligen. Deze zouden prominent op
de website van de gemeente moeten staan.
Ik zie in eerste instantie een taak weggelegd voor de griffier om deze
zaken op de agenda te zetten. Daarnaast moeten de fracties hierin disciplinerend
optreden en dit niet vrijblijvend aan elk afzonderlijk raadslid overlaten.
Maar ook de burgemeester heeft wat mij betreft een rol.
Die wordt toch gezien als het boegbeeld van de gemeente en mag zich er
daarom best mee bemoeien als zaken dreigen mis te gaan. Integriteit wordt
namelijk gezien als een ‘heelheid’: de gemeente is in haar
totaliteit integer of ze is het niet. Als de ambtelijke dienst en het
college
integer zijn, maar er zitten personen in de raad die het met de onkreukbaarheid
niet zo nauw nemen, raakt dat de gehele gemeentelijke organisatie, en
wordt de gehele gemeente erop aangekeken.
En de minister, heeft die ook een verantwoordelijkheid?
In principe niet, zou ik zeggen, want de desbetreffende erantwoordelijkheden
liggen volgens het Huis van Thorbecke op decentraal niveau. Anderzijds
is het zo dat minister Ter Horst veel aandacht heeft voor integriteit.
Zij zou daarom ook wel iets mogen zeggen over wat er gebeurt op decentraal
niveau, bijvoorbeeld tijdens haar toespraak op het eerstvolgende jaarcongres
van de VNG. Dat zou een mooie gelegenheid zijn om het onderwerp aan te
snijden.
U suggereert vrij ‘zachte’ maatregelen.
Moet er niet harder worden opgetreden, bijvoorbeeld strafrechtelijk?
Dat denk ik niet. Bepaald gedrag, zoals corruptie, valt al onder het
strafrecht. Als het gaat om verbonden belangen, ligt het minder zwartwit
en daarvoor is het strafrecht niet geschikt. We moeten ook niet té streng
in de leer zijn. Je kunt je bijvoorbeeld voorstellen dat iemand best
leraar kan zijn op een school en tegelijkertijd mag meestemmen over de
subsidie voor die school. De essentie
is dat privébelangen niet mogen meewegen in het werk van een raadslid.
Integriteit is dan ook geen
absoluut begrip, er zal telkens per individueel geval een beoordeling
moeten plaatsvinden. Het probleem is dat die beoordeling nu in veel gevallen
niet lijkt plaats te vinden. Het komt er dus op aan de persoonlijke integriteit
te cultiveren, dat wil zeggen te scheppen en te onderhouden.
Er is geen autoriteit die het gedrag van individuele raadsleden beoordeelt
U zegt zelf dat we niet te strikt moeten zijn. Raadsleden zeggen soms
dat ze bij organisaties betrokken willen zijn om binding te houden met
de achterban. Zit daar niet wat in?
Het argument van de maatschappelijke binding wordt gehanteerd als legitimering
om in besturen te zitten die door de gemeente worden gesubsidieerd. Ik
vraag me af of dat nou zo nodig is. Moet iemand zich per se aansluiten
om binding te houden? Die politici kunnen ook gewoon als
vrije vogels de wijk in trekken. Het is in mijn optiek beter om niet
te kiezen voor door de gemeente gesubsidieerde organisaties, want dat
wekt de indruk van cliëntelisme. Ondanks dat er schemergebieden
zijn, is de trend dat we als maatschappij steeds strenger worden in dit
soort zaken.
Ook gemeenten krijgen te maken met de aangescherpte cultuur op het gebied
van integriteit.
|