“Integriteit…meer dan alleen een mooi
woord.”
Conferentie Ien Dales Leerstoel, ABP en Loyalis: ‘Excellentie!
Integriteit als deugd’
25 juni 2008
Op het moment dat middagvoorzitter prof. mr. Ron
Niessen (bijzonder hoogleraar Ien Dales Leerstoel, Universiteit van
Amsterdam) de conferentie opent, zijn ruim honderd stoelen bezet. De
conferentie ‘Excellentie!
Integratie als deugd’, die is georganiseerd door de Ien Dales Leerstoel,
ABP en Loyalis, is populair.
Een bronzen evenbeeld van Ien Dales lijkt de zaal
gade te slaan, wanneer Niessen de link legt tussen de uitreiking van
de Ien Dales Award en het thema van deze middag. “Een beetje integer bestaat niet”,
citeert de voorzitter Dales. Het is juist dit citaat uit haar legendarische
speech van zestien jaar geleden dat later deze middag onder de loep wordt
genomen.
Beroepseer; wat is dat eigenlijk?
Drs. Thijs Jansen is oprichter en bestuurslid van de Stichting Beroepseer.
Het is dan ook niet vreemd dat hij pleit voor het meer besturen met
beroepseer. “Maar wat is dat eigenlijk? Beroepseer?”, vraagt
Jansen de zaal. Het antwoord geeft hij zelf. “Beroepseer betekent:
streven naar kwaliteit en daarin door anderen worden erkend. Het betekent
ook: hoge eisen stellen aan zelfrespect en beroepstrots.”
Intrinsieke motivatie
Volgens Jansen is integriteit een morele zelfbinding. Het komt hierbij
neer op intrinsieke motivatie. Over extrinsieke motivatie geeft hij
een voorbeeld: “Het aantal bloeddonoren zakt als er een financiële
beloning tegenover staat.” Jansen vervolgt: “Het is meer
dan morele integriteit dat de beroepseer en het zelfrespect raakt.
Het leveren van goede dienstverlening en deskundigheid. Maar ook de
reputatie van de beroepsgroep. Of we nu spreken van eer, trots of deugd:
het zijn benaderingen die uitgaan van het nut van zelfbinding. Denk
maar aan uitdrukkingen als ‘de eer aan je zelf houden’ en ‘werken
naar eer en geweten’. Men moet het eigen beroep als roeping zien.”
Autonomie
Zo komt de oprichter van de Stichting Beroepseer tot de hoofdstelling
van zijn relaas: “Integriteit vraagt om autonomie. Autonomie
leidt tot meer plezier in het werk, maakt afstemming op specifieke
situaties mogelijk en vergt minder controle en regelgeving. Het efficiënter
werken, dat de Nederlandse overheid tracht af te dwingen, zou op de
lange termijn wellicht beter gerealiseerd kunnen worden door te sturen
op intrinsieke motivatie.” Een kanttekening die Jansen hierbij
plaatst, is dat er wel eerst meer duidelijkheid moet komen waartoe
de (semi-)publieke sector dient. “In de ene sector is er wel
marktwerking, in de andere niet. Alleen al het feit dat we het over ‘semi’ hebben,
geeft aan dat we zoekende zijn.”
De eerste spreker van de dag geeft aan hoe dit thema
buiten onze landsgrenzen leeft. “In Frankrijk startte president Sarkozy een maatschappelijk
debat over de rol en de grenzen van het publieke domein. In Nederland
valt nog veel te winnen. De commissie Dijsselbloem gaf in haar rapport
al aan dat er meer erkenning en waardering van bazen moet zijn. Thijs
Jansen sluit zich daarbij aan en gaat zelfs een stapje verder. “Er
moet vanaf volgend jaar een Oscar worden uitgereikt aan de organisatie
die er positief uitspringt op het gebied van integriteit. Ien Dales zou
het met me eens geweest zijn.”
Glad ijs
‘Een beetje integer bestaat niet’ is wellicht de bekendste uitspraak
van wijlen Ien Dales, maar sinds deze middag niet onbetwist. Niet dat Paul
van Tongeren zich op glas ijs waagt, want daarvoor is de ondermijning van de
uitspraak te mild en zijn onderbouwing te luchtig. Opmerkelijk is het vooral
omdat het de Ien Dales Award is, die vandaag uitgereikt wordt.
Prof. dr. Paul van Tongeren is hoogleraar wijsgerige ethiek aan de Radboud
Universiteit in Nijmegen. De tweede spreker van de middag neemt het publiek
mee in de geschiedenis van integriteit. “In de jaren zeventig kregen
we te maken met de ethische aspecten. Eerst kwamen de normen en pas veel
later de waarden. Twee termen die je tegenwoordig alleen nog maar als
koppel tegenkomt. Daarna kwamen de mission statements, maar daarvan weten
we inmiddels dat ze allemaal te veel op elkaar lijken. Iedereen belooft
het zelfde. Ik hoorde laatst dat een opleidingsinstituut ‘studentgericht
onderwijs’ aanbiedt. Wat hebben zij al die jaren daarvoor dan aangeboden?”
Uit de kast
Van Tongeren presenteert zijn pleidooi op humoristische wijze. “De
normen en waarden zijn genoemd”, vervolgt hij. “Aan de waarden
kun je deugden koppelen. Hierover is bij het CAOP vorig jaar al een voortreffelijk
boek verschenen waar die waarden allemaal in staan (‘Geroepen om
het algemeen belang te dienen. Ambtenaren, integriteit en beroepstrots’).
Zoals de cultuur, de verbinding met professionaliteit en het evenwicht
tussen ‘esprit de corps’ en individuele verantwoordelijkheid.
(Jammer dat het niet als echt boek is uitgegeven en ik geef in overweging
dat alsnog te doen, het ziet eruit als een rapport. Ik weet het – ook
een boek komt na een tijdje in een kast terecht, zoals een rapport eindigt
in een la; maar ik vermoed dat het nog altijd gemakkelijker is om uit
de/een kast te komen, dan uit een la). Maar in deze en andere publicaties
is één opmerkelijke lacune en dat is het begrip ‘deugd’ en ‘deugdethiek’.
Deugdethiek als probleem
Van Tongeren omschrijft de verschillende kenmerken van het begrip deugd
en de problemen die deze veroorzaken in de integriteitsdiscussie. Hij
legt uit dat een deugd geen handeling is maar een houding. Deugdethiek
kenmerkt zich, volgens Van Tongeren, door voortdurende vorming, interne
standaarden en meer of minder. “Een elitair uitgangspunt in
de zin van; sommigen zijn beter dan anderen. En met meer of minder
bedoel ik geen ja of nee of wel of niet, want dat zijn normen. De deugd
daarentegen is een continu proces van verbetering. Deugdzaam is niet
degene die zich aan de regels houdt. En er is een eindeloze gradatie
van kwaliteit inzake de deugd, net zoals in de sport en alle menselijke
praktijken. Dat betekent dat als integriteit een deugd is, ook zij,
de integriteit, geen kwestie is van alles of niets. Met alle respect
voor Ien Dales moeten we haar dan dus tegenspreken en zeggen dat je
wel een beetje – meer of minder – integer kan zijn”.
De vier cardinale deugden
De hoogleraar grijpt terug naar historische feiten. “Wat is integriteit
eigenlijk? Het woord komt in de geschiedenis niet voor. Deugd wel. Als
we integriteit als deugd benaderen, moeten de vier cardinale deugden
te herkennen zijn: moed, maat, rechtvaardigheid en verstandigheid. Is
integriteit de vier cardinale deugden? Als dat zo is, zie ik winst. We
weten immers niet wat het begrip integriteit is, maar wel wat de vier
cardinale deugden zijn.”
Van Tongeren koppelt tot slot de consequentie van
de award aan de nuancering van de uitspraak van Ien Dales. “Als we vaststellen dat er iemand
beter is op het gebied van integriteit, erkennen we dat er ook mensen
minder goed zijn. We krijgen namelijk niet allemaal een award. Het is
niet zo dat alleen de beste deugdzaam genoemd kan worden. Wat hebben
de beste en de minder goede dan gemeen? Dit: ze willen allemaal nog beter
worden. Zij zijn: ‘studentes excellendo’; mensen die proberen
te excelleren. Laat dat dan mijn conclusie zijn: vanuit deugdethisch
perspectief is de Ien Dales Award een aanmoedigingsprijs!”.
Dilemma van de maand
Philippe Raets, waarnemend Secretaris-Generaal van het ministerie van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, geeft aan hoe het thema
ook bij BZK speelt. “Op ons intranet staat een vast integriteitsonderdeel:
het dilemma van de maand. We dagen onze medewerkers uit in praktijkdilemma’s.
Het verplicht ons ook zelf na te denken. Na elk dilemma geven wij het
organisatiestandpunt.”
Raets zegt blij te zijn met een intiatief als de
Ien Dales Award en leest de lovende motivatie uit het juryrapport op
voor de Award 2008. De winnaar van de integriteitsaward is Frans van
Oostrum, Hoofd Bureau Integriteit UWV. Van Oostrum krijgt de onderscheiding
voor zijn inzet en ambassadeursrol op het terrein van integriteit.
Volgens de jury heeft Van Oostrum ‘in een relatief korte periode van ruim drie jaar gestalte
gegeven aan het integriteitbeleid en de uitvoering daarvan. Zijn slogan ‘Integriteit… meer
dan een mooi woord!’ is verankerd in de UWV-organisatie’.
De award is een bronzen beeld van Ien Dales van beeldhouwster M. van
den Bergh. Daarnaast krijgt de winnaar een geldsom voor het verder bevorderen
van de integriteit.
Kroon op het werk
Frans van Oostrum is zichtbaar verguld met deze prijs. Net als hij een
dankwoord wil uitspreken ziet hij tot groot genoegen zijn complete
afdeling aan de balustrade staan. Zijn echtgenote, die het podium op
loopt en hem spontaan feliciteert, maakt de verrassing compleet. Van
Oostrum heeft in zijn dankwoord nog een boodschap opgenomen. “Het
UWV streeft naar hoge mate van integriteit. Deze prijs is mooi, maar
we zijn er nog niet. We rusten niet op onze lauweren. Natuurlijk is
het de kroon op ons werk, maar dat geldt ook voor de 1.700 medewerkers,
die ervoor gezorgd hebben dat integriteit meer is dan een woord alleen”.
Kader
In het slotwoord van de bijeenkomst komen duidelijke kaders aan bod.
Edgar Karssing, onderzoeker en trainer bij Nyenrode Business Universiteit,
geeft aan de hand van een praktijkvoorbeeld van een gemeente een heldere
opsomming van criteria. Deze criteria vormen een handig kader dat universeel
inzetbaar is bij elk integriteitsvraagstuk. De vier criteria zijn functionaliteit,
onafhankelijkheid, geloofwaardigheid en het hebben van een voorbeeldfunctie.
Nakaarten
Dat het thema tot meer gespreksstof leidt dan alleen tijdens de presentaties,
blijkt als tijdens het informele gedeelte veel bezoekers nog even nakaarten.
Omdat het weer meewerkt, wordt er geborreld in de binnentuin aan het
Lange Voorhout. 'Het CAOP zorgt ook voor alles, zelfs voor een zonnetje!',
zegt een van de deelnemers gevat. Andere gasten zijn het niet alleen
hierover eens; ook de positieve reacties over de gehele opzet van de
conferentie zijn eensgezind.
|