|
Masterclass ‘De achterkant van integriteit’ – 10
juni 2009
Integriteit mag en kan ook leuk zijn
Integriteit heeft een overwegend negatieve kant. De krant schrijft over
slechte voorbeelden en we spreken van wetten, procedures, regels, straf
en klokkenluiders. Het kan ook anders. Integriteit hoort net zo goed
thuis in het rijtje professionaliteit, betrouwbaarheid en beroepseer.
Het accent verschuift van slecht gedrag onderdrukken naar goed gedrag
prijzen. Ook onontbeerlijk: werken aan wederzijds vertrouwen.
Mag integriteit ook een beetje leuk zijn? Dat is een van de thema’s
van de masterclass ‘De achterkant van integriteit’. Zo’n
zestig professionals uit de publieke sector meldden zich voor de bijeenkomst
die de Ien Dales Leerstoel, in samenwerking met ABP, Loyalis en CAOP
op 10 juni organiseerde bij het CAOP in Den Haag. Doelen van de masterclass:
verdieping, leren van elkaar en integriteit op een hoger plan brengen.
De deelnemers wisselen praktijkvoorbeelden en vragen uit met ‘masters’ op
het terrein van integriteit. De bijeenkomst verloopt op basis van de ‘Chatham
rules’, dus praktijkvoorbeelden komen niet op herkenbare of herleidbare
wijze naar buiten. Voor wie meer anonimiteit wenst, is er buiten de bijeenkomst
bovendien nog alle gelegenheid om praktijkdilemma’s te bespreken.
Maar eerst zijn er korte presentaties die verschillende kleuren licht
op de zaak werpen.

Managers moeten doen wat ze beloven
Edgar Karssing, docent aan Nyenrode Business Universiteit, schetst hoe
het denken over integriteit zich ontwikkelt. Tot ver in de vorige eeuw
moest de ambtenaar functioneren binnen een dichtgetimmerd geheel aan
regels, procedures en toezicht zonder enige bewegingsruimte. Dit stelsel
van ‘zelfverloochening van de ambtenaar’ is behoorlijk
achterhaald. Ambtenaren willen graag zelf nadenken over de manier waarop
zij het publieke belang dienen. Het is dan uiteraard wel zaak om ambtelijke
willekeur te voorkomen.
Een belangrijke voorwaarde voor goed gebruik van de beschikbare beslis-
en handelruimte is dat het management het goede voorbeeld toont. Medewerkers
blijken weinig vertrouwen te hebben in managers die niet volgens de letter,
maar in de geest van de regels handelen. Managers moeten dus zorgen dat
ze betrouwbaar zijn. Hoe doe je dat, volgens Karssing? Door te doen wat
je belooft en dat ook te tonen. Denk dus eerst kritisch na voordat je
iets belooft. Kun je je belofte wel waarmaken of doe je alleen een toezegging
omdat dat sociaal wenselijk is? Pak lastige kwesties direct aan, wees
recht door zee, vraag feedback en repareer verbroken beloftes.
Deugdenethiek: stimuleer het goede
Alain Hoekstra, hoofd Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector
(BIOS), belicht de invalshoek van de deugdenethiek. In de krant lezen
we alleen over de gevallen waarbij het misgaat met integriteit. En
de overheid heeft tot nu toe vooral geïnvesteerd in regels, procedures
en wetten om ongewenst gedrag in te perken. Dat is niet voldoende.
Professionals hebben ook behoefte aan een stimulerende, prikkelende benadering.
De deugdenethiek benadrukt het goede en stelt dat ten voorbeeld. Deze
benadering gaat er ook van uit dat je kunt leren en jezelf verbeteren.
Dus niet: je bent integer (geboren) of je bent het niet. Maar: haal het
beste uit jezelf.
Als je er op die manier naar streeft een goed ambtenaar te worden, haal
je daar voldoening uit, beroepseer en beroepstrots en dat draagt weer
bij aan het levensgeluk.
Hoekstra vertelt dat BIOS bezig is de mogelijkheden van deugdenethisch
beleid te verkennen om het bestaande instrumentarium uit te breiden.

Tot de rand van de afgrond
‘Master of ceremonies’ Ron Niessen brengt de discussie op gang
met de vraag: Tot hoe ver ondersteun je als ambtenaar de minister of bestuurder
bij een onjuist besluit?
Dat roept bij deelnemers in de zaal verschillende reacties op. Men voelt
zich wel verplicht – in de geest van de wet - de bewindspersoon
te begeleiden tot aan ‘de rand van de afgrond’, niet verder.
Voor je die afgrond bereikt, leg je wel een discussietraject af waarin
je probeert de bewindspersoon met argumenten op andere gedachten te brengen.
In hoeverre kunnen politici zich nog laten voorstaan op het primaat van
de politiek? Veel politici blijken te denken dat ze over veel meer dingen
gaan dan werkelijk gerechtvaardigd is.
Voorbeeld van de leidinggevende
Ton Horrevorts, directeur van een managementadviesbureau, waarschuwt
voor een bepaald klimaat binnen een organisatie. Een klimaat, waarin
leidinggevenden zich permitteren zich binnenskamers denigrerend uit
te laten over bewindspersonen en ambtelijke collega’s. Dit schept
een sfeer waarin medewerkers denken dat ze zich ook heel wat kunnen
veroorloven in het kwaadspreken. Horrevorts spreekt hier van institutionele
integriteit, als leidinggevenden wél het goede voorbeeld geven
en zich onthouden van dit soort uitlatingen.
Eigen normen en waarden
De ambtenaar moet, op basis van eigen normen en waarden, zijn grenzen
stellen: tot hier en niet verder. Volgens Karssing moeten de beginselen
van behoorlijk bestuur leidend zijn. Vervolgens maak je de afweging
of je op basis van je eigen normen, dit werk op deze plaats wilt en
kunt doen.
Een medewerker die zijn eigen normen en waarden thuislaat, neemt een
afstandelijke positie in en zal zich niet betrokken voelen bij de doelstellingen
van de organisatie. Medewerker en organisatie zijn er dus beide bij gebaat
dat hun normen en waarden bij elkaar passen, alleen dan kun je met overtuiging
samenwerken aan de doelstellingen.
Tweezijdige loyaliteit
Als je voor een dilemma staat probeer je de situatie positief te beïnvloeden
door je vakkennis in te zetten om te informeren, te discussiëren
en alternatieven voor te stellen. Lukt het niet en kun je je eigen geweten
niet meer verenigen met de doelstellingen, stap dan op.
Loyaliteit moet tweezijdig zijn, het is ook een onderdeel van goed (overheids)werkgeverschap.
Leg ambtenaren niet alleen beperkingen op maar stel er ook iets tegenover.
Zorg dat er ruimte blijft voor creativiteit. En tast de rechtspositie
van de ambtenaar niet aan.
Cultuur en ‘fun’
Integriteit is vooral ook een kwestie van cultuur: de sfeer in de organisatie
moet zodanig zijn dat integriteit een natuurlijke zaak is. Daarin is
het geen gebruik om zaken achter te houden.
‘Master’ Jurriaan Teders, voormalig directeur Integriteit bij Verkeer & Waterstaat,
vindt dat integriteit doodgewoon moet zijn. Weg met de verkramptheid, je moet
er gewoon over kunnen praten. Je kunt ook tonen dat integriteit loont: als
jij integer bent, wil ik zaken met je doen. En integriteit is ‘fun’:
als je transparant handelt, je verantwoordelijkheden waarmaakt, voelt dat goed
en hoef je nergens van wakker te liggen.
|