Roel Bekker: ‘Probeer politiek en uitvoeringstaken te scheiden’
Verslag symposium ‘Politiek-bestuurlijke sensitiviteit’
Ien Dales Leerstoel
‘Als ambtenaar loop je regelmatig tegen verschillende loyaliteiten
aan. Politici richten zich vooral op de korte termijn, terwijl ambtenaren
meer aandacht hebben voor de langere termijn en voor de regels.’ Aldus
een van de deelnemers aan het symposium ‘Politiek-bestuurlijke
sensitiviteit’ op 8 oktober in Den Haag.
Een ander verwoordt zijn motief om te komen als volgt: ‘Politiek
en ambtenaar onderhouden een spanningsvolle relatie die volop vraagstukken
oplevert. Hoe ga je daar mee om? Daarover wil ik graag met anderen van
gedachten wisselen.’
Dat is dan ook een belangrijk doel van het symposium dat de Ien Dales
Leerstoel organiseerde in samenwerking met het CAOP, ABP en Loyalis.
Op de agenda staan de thema’s ‘politieke verantwoordelijkheid
van bestuurders’ en ‘de verhouding tussen politici en ambtenaren’.
Ron Niessen, als bijzonder hoogleraar verbonden aan de Ien Dales Leerstoel: ‘Ien
Dales wordt vooral geassocieerd met integriteit, maar de leerstoel met
haar naam heeft een veel ruimere leeropdracht. Daarom wilden we het deze
keer hebben over de ambtenaar in zijn politiek-bestuurlijke omgeving.
Dat gaat dus ook over democratisch en rechtstatelijk besef.’

In de zaal, bij het CAOP in Den Haag, laten circa 80 belangstellenden:
ambtenaren en semioverheidsfunctionarissen, vertegenwoordigers van vakcentrales,
adviseurs en (oud-)politici, blijken dat het onderwerp hen aan het hart
gaat.
Dagvoorzitter Guido Rijnja, voor de gelegenheid uitgeleend door de RVD,
vraagt nog even door naar de verwachtingen van deze bijeenkomst. Een
antwoord: ‘Als ambtenaar probeer je enerzijds zo effectief en efficiënt
mogelijk te opereren. Dat is ook een opdracht van de politiek. Anderzijds
vraagt diezelfde politiek dat je aan nieuwe ambities werkt. Dat kan botsen.’
Het dilemma van Peter
Vertrekpunt voor de discussie is de film over ‘Peter, gemeenteambtenaar
in Uyterwaerden’. Peter zit met een dilemma. De wethouder wil het
wereldkampioenschap roeien naar de gemeente halen en daarvoor allerlei
voorzieningen langs het kanaal laten bouwen, waaronder een grote overdekte
tribune op de dijk. De ambities van de wethouder reiken verder dan de
gemeentepolitiek en dit zou een mooie manier zijn om zowel Uyterwaerden
als zichzelf groots in de schijnwerpers te zetten.
Uit de tijd dat hij nog bij een ingenieursbureau werkte, weet Peter
dat er onderzoek is gedaan naar de kwaliteit van de dijken. Hij was er
niet rechtstreeks bij betrokken, maar het verhaal ging destijds dat de
opdrachtgever niet blij was met het rapport. De conclusie zou geweest
zijn dat de dijken op sommige plaatsen verzadigd waren en zouden kunnen
doorbreken. Het rapport zou niet openbaar zijn gemaakt en voor zover
Peter weet is er met de conclusies niets gedaan. Hij heeft bij het ingenieursbureau
een geheimhoudingsovereenkomst getekend, maar omdat hij zich ernstig
zorgen maakt, neemt hij zijn leidinggevende in vertrouwen. Deze voelt
er niets voor om samen met Peter het probleem aan de wethouder voor te
leggen en verbiedt Peter om zijn vrees met anderen te bespreken, totdat
roeibond en gemeenteraad zich definitief achter het plan hebben geschaard.
De leidinggevende meent ook dat beter is als de wethouder van niets weet,
dan kan achteraf ook niemand zeggen dat zij iets heeft verzwegen.
Peters dilemma: hij wil niet dat zijn verhaal gebagatelliseerd wordt,
maar ook geen storm in een glas water veroorzaken en de wethouder of
zijn gemeente benadelen.
De vraag is: Wat zou u Peter aanraden?
Advies van experts
De reacties van jongere en oudere ambtenaren, bestuurders, politici en
een journalist maken deel uit van de film. Zij zijn allen van mening
dat de leidinggevende tekortschiet. Peter moet het er niet bij laten
zitten en krijgt verschillende adviezen. Controleer eerst of je vermoeden
klopt, bijvoorbeeld door een deskundige te raadplegen. Als de leidinggevende
blijft weigeren, zou Peter de risico’s moeten aankaarten bij
diens baas, zo nodig aandringend op een quick scan van de dijk. Hij
zou zelf naar de wethouder kunnen stappen, eventueel naar de gemeenteraad.
Voorop staat dat de wethouder moet kunnen beschikken over de relevante
informatie zodat zij een weloverwogen besluit kan nemen. Zwijgen om
de wethouder te beschermen, is niet aan de orde. Ook de geheimhoudingsovereenkomst
die Peter heeft getekend is hier niet van betekenis. Zo’n verklaring
heeft meestal een commerciële achtergrond, terwijl hier een maatschappelijk
belang, de openbare veiligheid, in het geding is. Tot slot is Peter
er, als medewerker van het stadhuis, medeverantwoordelijk voor dat
alle beschikbare informatie op tafel komt.
Aldus de experts.

En nu de praktijk
En nu de praktijk, verzucht de zaal.
De eerste reactie liegt er niet om: de leidinggevende deugt niet als
ambtenaar.
De praktische adviezen variëren. Haal het rapport boven tafel en
kijk of je vermoeden klopt. Wie was de opdrachtgever voor het onderzoek
en waarom was die niet blij met het rapport? Deel je dilemma met anderen.
Raadpleeg bijvoorbeeld een oud-collega op het ingenieursbureau, of anderen
uit je netwerk, bijvoorbeeld ook bij andere gemeenteafdelingen. Maar
zorg in ieder geval dat alle feiten duidelijk zijn.
Sommigen menen dat Peter zijn nek al heeft uitgestoken en dat je niet
meer van hem mag verwachten. Anderen rekenen het tot de professionaliteit
van de ambtenaar om ook ten opzichte van je baas door te pakken. Je zou
daarvoor de hulp van een vertrouwenspersoon kunnen inroepen, maar het
doel is in ieder geval dat de wethouder de feiten op tafel krijgt. Gemeente
noch wethouder kunnen zich permitteren dat informatie die een eventuele
ramp kan voorkomen, onder het tapijt wordt geveegd. Sterker nog: gemeenten
zouden geld moeten reserveren om bij ieder bouwplan de aandacht voor
veiligheidsaspecten in het proces op te nemen.
Harde feiten of vermoeden?
Welke stappen kan Peter nu nog zetten?
Hij zou een misstand kunnen melden of overwegen gebruik te maken van
de klokkenluidersregeling. Hij moet wel stevig in zijn schoenen staan
om zijn leidinggevende te passeren.
Maar eigenlijk zou de organisatie blij moeten zijn met zo’n ambtenaar,
die zijn melding doet om schade te voorkomen. De houding van deze leidinggevende
is niet bevorderlijk voor de meldingsbereidheid van de ambtenaar. Een
cultuur met waardering voor dergelijke meldingen is hard nodig. Verlang
daarbij niet van de ambtenaar dat hij met een doortimmerd feitenrelaas
komt, de organisatie heeft meer mogelijkheden om de zaak verder te onderzoeken
en uit te werken. Bovendien mag de ambtenaar volgens de wet een ‘vermoeden’ van
een misstand melden.
De organisatie moet zorgen dat de medewerker zich gestimuleerd voelt
om zijn melding te doen, niet gehinderd door de vraag of hij daarna nog
met zijn baas door een deur kan. Je moet daarvoor onder meer organiseren
dat de ambtenaar die niet bij zijn baas kan aankloppen, op andere plaatsen
terecht kan. Een vertrouwenspersoon en een ondernemingsraad bijvoorbeeld
kunnen signalen, ook over een falende cultuur, bij de directie aankaarten.
Neem de ambtenaar serieus. Hij is een professional en als hij een verantwoordelijk
mens is, verdient hij de ruimte. Loyaliteit met de leidinggevende of
met de bewindspersoon eindigt waar de wet wordt overtreden of waar de
veiligheid in het geding is.
Leidinggevenden, bestuurders en politici doen er goed aan hun eigen oppositie
te organiseren. Laat kritische medewerkers de mogelijke bezwaren van
de tegenpartij formuleren. Met een doortimmerde afweging van de risico’s,
de pro’s en contra’s maak je je eigen verhaal alleen maar
krachtiger.
Een open cultuur moet ook gelden voor de leidinggevende, maar die moet
daar dan wel de professionele ruimte voor krijgen. Een leidinggevende
zoals die van Peter in het filmpje echter, die ten onrechte denkt dat
hij beschikt over een goede politiek-bestuurlijke gevoeligheid, zou een
spiegel voorgehouden moeten worden. Bijeenkomsten als deze en de film
kunnen daar een goede aanzet voor geven.
Kritisch denkpad
In de werkkring van een van de aanwezigen is, sinds een geruchtmakende
affaire, beleid ingezet om de onderlinge communicatie te verbeteren.
Op alle niveaus van leidinggeven wordt men getraind om ervan doordrongen
te raken dat cruciale informatie op de juiste plaats terechtkomt. Om
de medewerkers op een kritisch denkpad te krijgen, worden discussies
gevoerd over ethiek en over de gevolgen van je eigen handelen. Met
rollenspellen en systematisch oefenen met kritische situaties, door
oefeningen en operationele conversaties op te nemen en daarop terug
te koppelen. ‘Vanwege de verantwoordelijkheid voor de samenleving
moet je een hoog moreel besef hebben. Het is niet te verkopen dat je
de juiste stap niet zet omdat het systeem dat niet toestaat. Dan moet
je gewoon naar het hoogste niveau.’
Fingerspitzengefühl
Gastspreker Ron Niessen put, onder het motto ‘opa vertelt’ uit
praktijkervaringen in zijn rijke ambtelijk verleden. Ook al stelt een
minister lang niet alle informatie op prijs, een SG moet de bewindspersoon
wel in staat stellen om politieke verantwoordelijkheid te dragen. Om
de juiste weg te vinden tussen ‘drowning in information, but starving
for knowledge’ moeten hoge ambtenaren de informatie selecteren
op relevantie. Dat vergt ‘Fingerspitzengefühl’, geschoolde
intuïtie, een product van jarenlange ervaring.

Voor de bestuurder/minister geldt: hoe hoger je stijgt, hoe minder tegenspraak
je krijgt. Daarom is het goed om je eigen tegenspraak te organiseren.
Dat vergt wel een veilige omgeving, zowel voor de ambtenaar als voor
de bestuurder. Het handelen of nalaten van een ambtenaar wordt de bestuurder
toegerekend, dat betekent niet dat alles de bestuurder kan worden aangerekend,
laat staan dat hij of zij erop kan worden afgerekend. Van de andere kant
kan de bestuurder zich ook niet verschuilen achter het doen en laten
van de ambtenaar. Vervreemding en wantrouwen tussen leiding en uitvoerders
kunnen ertoe leiden dat de bestuurder een ‘tsunami’ van informatie
over zich heen krijgt. Om dat te voorkomen is een open communicatiestructuur
nodig.
De ideale ambtenaar kan toveren
Roel Bekker, SG Vernieuwing Rijksdienst en bijzonder hoogleraar aan de
Albeda Leerstoel, werpt de vraag op wat politiek-bestuurlijke sensitiviteit
eigenlijk is.
In de ogen van politici is het vooral een mooie eigenschap die ambtenaren
moeten bezitten om politici te beschermen tegen hun ‘vijanden’.
De ambtenaar moet meedenken met de opvattingen van de politicus en zorgt
ervoor dat de presentatie van de feiten altijd perfect getimed is. De
ideale ambtenaar kan toveren: hij formuleert negatieve onderwerpen zo
dat ze toch nog een beetje positief overkomen.
Ambtenaren denken bij het begrip politiek-bestuurlijke sensitiviteit
meer aan een combinatie van gevoel voor de politiek-bestuurlijke context
van het werk, begrip voor de kortetermijnhorizon van de politicus en
loyaliteit met de bewindspersoon. Bekker spreekt zijn zorg uit over hoe
het systeem kan blijven functioneren. Om de eerdergenoemde tsunami van
informatie te voorkomen, zal de ambtenaar de informatie moeten filteren,
anders ontwricht je het systeem.
Rolverdeling ambtenarij en politiek
Hij haalt vier cases aan waarbij relatief kleine dingen op een venijnige
manier groot worden. Vaak door toedoen van de media en gretige Kamerleden.
De minister heeft dan een probleem dat zich vaak uit in de reflex:
ik wist het niet, dus mij valt niets te verwijten.

Bekker onderkent in het spanningsveld tussen politici en bestuurders
verschillende soorten reacties: de nuchtere reactie, in de geest van: ‘kan
gebeuren’ of ‘had die ambtenaar niet even zijn mond kunnen
houden’, komt helaas te weinig voor.
Bij de emotionele reactie: ‘het politieke primaat moet worden hersteld’ zie
je ‘Yes Minister/Sorry minister’-achtige reflexen, waarbij
de politicus uitroept dat hij voortaan ‘alles’ wil zien en
de ambtenaar vervolgens, bij wijze van spreken, 30.000 e-mails doorstuurt.
De laatste tijd weer een beetje in opkomst is de roep om de politiek
benoemde ambtenaar. Je zou eens moeten kijken naar de verhoudingen en
rolverdeling tussen ambtenarij en politiek, vindt Bekker. Het politieke
domein in Nederland is ‘verambtelijkt’ en dat is er (aldus
Tjeenk Willink) de oorzaak van dat veel dingen niet goed gaan.
Zweden als voorbeeld
Bekker stelt voor een voorbeeld te nemen aan Zweden, waar het politieke
domein veel kleiner is. Het land heeft weliswaar een groter parlement
en niet minder dan twintig ministers met bovendien allemaal een of
twee staatssecretarissen, maar de politiek bemoeit zich veel minder
met de details van de professionele uitvoering. De honderden politieke
functies, waaronder bijvoorbeeld de woordvoerders van ministers, zijn
gescheiden van de ambtelijke uitvoering.
Dat in tegenstelling tot de Nederlandse situatie, waar de ministeriële
verantwoordelijkheid zich uitstrekt tot het kleinste ambtelijke ongelukje.
En nu politici zich vaker als sterren in het drama opstellen, ontstaan
tweedeling en verwijdering. Dat leidt ertoe dat het besturen minder aandacht
krijgt.
Cultuur en motivatie
Dagvoorzitter Rijnja leidt de discussie tussen de zaal en beide gastsprekers
in met de vragen: Wat is politiek? Wat betekent het als iets politiek
is?
Uit de zaal komt de opmerking dat meer aandacht nodig is voor de cultuur
in organisaties. ‘Ik mis het idee en de oproep om daar verbeteringen
in te bereiken.’

Niessen wijst op de pas verschenen bundel ‘Geroepen om het algemeen
belang te dienen – Ambtenaren, integriteit en beroepstrots’:
ambtenaren moeten weer trots kunnen zijn. De minister heeft een motiverende
rol en verantwoordelijkheid door trots uit te dragen, dus geen demotiverende
rol door de arbeidsvoorwaarden aan te tasten. Ook moet er ruimte zijn
om dilemma’s te bespreken en aandacht worden besteed aan opleidingen.
Rijnja: Durven mensen fouten te maken? Waardoor durven ze dat?
Bekker meent dat ambtenaren dat wel durven, maar de cultuur kan, ook
in dat opzicht, altijd beter. Het helpt als je de ambtelijke organisatie
niet steeds uitlicht als probleemgebied. In plaats van met een gebrek
aan politiek-bestuurlijke gevoeligheid kun je ook kampen met een teveel.
Daar heb je eigenlijk meer last van. Behalve politiek en ambtenarij,
spelen ook de media en de rest van de samenleving hun rol en we gaan
niet altijd even gelukkig om met fricties. Uitlatingen van een politicus
kunnen de verhoudingen met de ambtenaren schaden.
Angst voor de media
Uit de zaal: de media hebben vaak een versnellende rol, neem het voorbeeld
van de vechtpartij in Hoek van Holland. Vaak wordt al schande gesproken
voordat de feiten helder zijn. Iedereen holt achter elkaar aan. Wat
kun je daar tegen doen?
Bekker meent dat er al gauw een allesbepalend beeld wordt neergezet.
De ambtenaar heeft nauwelijks mogelijkheden om terug te vechten. Volgens
Niessen kan alleen een gezaghebbend politicus daar eventueel een ander
beeld tegenoverzetten.
Maar angst dat de media een onderwerp oppakken, leidt vaak tot verkramptheid
bij politici, meent de zaal.
Bekker: het hoort bij het vak van politicus om daar mee om te gaan. De
een is daar beter in dan de ander. We moeten er beducht voor zijn dat
we erin meegaan door anders met de feiten om te springen. De opkomst
van spindoctors is in dit verband een slechte ontwikkeling. Ook het serieus
nemen van media als Geen Stijl is geen oplossing.
Iemand in de zaal is het er niet mee eens dat de ambtenaar geen invloed
zou kunnen uitoefenen op de media. Je kunt toch slagvaardig reageren?
Bekker beaamt dat, maar vraagt zich af of het helpt als je reageert op
uit de lucht gegrepen informatie. Hij is er wel voor dat de ambtenaar
zichtbaarder wordt. De minister moet ervan uit kunnen gaan dat je verantwoordelijk
met die ruimte omspringt. Doe je dat niet, dan heb je als ambtenaar zelf
een probleem.
Maak afspraken
Klaas de Vries ten slotte, oud-Kamerlid, oud-minister van BZK en tegenwoordig
senator, krijgt vaak de kriebels van het begrip politiek-bestuurlijke
gevoeligheid. Vooral wanneer ambtenaren denken dat het betekent dat
ze de minister uit de problemen moeten houden. Maar het gaat er om
dat de ambtelijke top met de minister afspraken maakt over wat de minister
nodig heeft. Dat kan per minister verschillen, maar de kern is dat
de minister zich kan verantwoorden met de gegevens die wij aanreiken.
Ook met de Kamer, ons belangrijkste democratisch orgaan, moet je een
goede verhouding opbouwen. Met de meeste Kamerleden kun je goed praten,
maar je moet ze zo nodig ook van repliek dienen. Als dat met enig gezag
gebeurt, kun je alles zeggen.

De kwaliteit van de Kamerdebatten moet omhoog en de regering moet daar
een rol in spelen, meent De Vries. ‘Reageer sneller en assertiever
op perspublicaties. Vertel meer, laat meer van je horen. En dan bedoel
ik niet door vaak in praatprogramma’s te gaan zitten en je te laten
vermorzelen door twee goedbetaalde presentatoren.’
Rijnja: ‘Er zitten veel kanten aan dit onderwerp. Is politiek-bestuurlijke
gevoeligheid wel het juiste begrip? Daar moeten we nog maar eens over
doorpraten.’
|